Liesbeth

Het Atheneum 

Hasselt

@hetatheneumhasselt

 

Capucienenstraat 28 (0,26 km)
3500 Hasselt

011 28 64 40

onderwijsnet: GO! onderwijs
scholengroep: GO Next!
scholengemeenschap: SO GO! Next

onderwijsaanbod: ASO

70 Leerkrachten

441 Leerlingen

Directeur: Vanessa Oeyen

Scholengroep GO! Next start met de bouw van een nieuwe sportschool en een nieuw gebouw voor de hotelschool in Hasselt. Er zullen ook nieuwe sportvelden komen achter de sportschool. De totale kostprijs bedraagt 16 miljoen euro. De gebouwen zullen komen naast de huidige hotelschool. Op de hoek van de Elfde Liniestraat en de Vilderstraat, waar nu een grote parking is tegenover Hogeschool PXL.

Het Atheneum Hasselt

25 september 2018

STUDIEAANBOD

 

1ste leerjaar A

 

2de leerjaar 

Grieks-Latijn 

Latijn 

Moderne wetenschappen

 

3de en 4de leerjaar

Economie 

Grieks- Latijn 

Humane wetenschappen Latijn 

Wetenschappen 

 

5de en 6de leerjaar  

Economie-Moderne Talen 

Economie-Wiskunde 

Grieks-Latijn 

Humane wetenschappen 

Latijn-Moderne Talen 

Latijn-Wetenschappen 

Latijn-Wiskunde 

Wetenschappen-Wiskunde

Het atheneum is een secundaire school van het officieel onderwijs (gemeenschapsonderwijs) gelegen in Hasselt. De school biedt diverse studierichtingen aan in het onderwijstype ASO. 

Het atheneum wil leerlingen kwalitatief vormen opdat zij de vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn voor een succesvolle toekomst in onze snel veranderende samenleving.

Graag laat ik jullie kennismaken met deze boeiende school waar ik een deel van mijn stage zal doen. 

NIEUWS

Donderdagmiddag in de capuciennestraat in Hasselt. De gangen van GO! atheneum 1 Hasselt zijn leeg. Naar aanleiding van PXL Breekt uit zijn hier ook de leerlingen uitgebroken. Een grote groep van leerlingen is bij de scheepvaart in Hasselt waar ze onder leiding van Stefan Perceval een theaterstuk opvoeren. Ook in het provinciehuis zijn leerlingen vandaag binnen gebroken.Meer informatie over het onderwijs in onze provincie vind je op deze website.

07 mei 2018

Het Atheneum Hasselt

 
 
 

Het atheneum maakt deel uit van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap in het algemeen en van de scholengroep GO Next! in het bijzonder.

 

De tweevoudige kernopdracht van het GO! onderwijs is om enerzijds de individuele en persoonlijke ontwikkeling van leerlingen te begeleiden en ondersteunen en anderzijds bij te dragen aan het samenleven in diversiteit en harmonie. Binnen dit kader ontwikkelt het atheneum haar eigen werkplan waarbij de school leerlingen optimale ontwikkelingskansen wil bieden en hen wil begeleiden zodat zij kunnen opgroeien tot gelukkige, zelfstandige, verdraagzame, creatieve en positief kritische jongeren in een diverse samenleving.

 

GO! Next is één van de 27 scholengroepen van het GO! onderwijs. De scholengroep, die ruim 7.000 leerlingen en ongeveer 1.500 personeelsleden telt, omvat 31 scholen, 2 kinderdagverblijven, 3 internaten en een CLB in de regio Midden-Limburg. Elke GO! Next-school heeft zijn eigenheid, maar ze hanteren allemaal dezelfde drie kernwaarden:

 

  • Welbevinden: de GO! Next-scholen zijn warme plaatsen om open te bloeien, een thuis waar leerlingen zichzelf kunnen zijn.

 

  • Motivatie: de GO! Next-scholen bieden levenslang leerplezier. Dankzij het uitgebreide studieaanbod en studieloopbaanbegeleiding bepalen leerlingen zelf hun leerpad, hun weg naar het hoger onderwijs of de arbeidsmarkt.
     

  • Maatschappelijke meerwaarde: de GO! Next-scholen vormen leerlingen niet enkel met kennis, maar ook met belangrijke levenslessen, nuttige vaardigheden en onmisbare attitudes.

 

Scholengemeenschap organogram.JPG
GO NEXT!

Het atheneum behoort tot de scholengemeenschap secundair onderwijs en staat onder leiding van twee coördinerende directeurs: mevrouw Pamela Bruers en mevrouw Liesbet Beyen.

GO! Next wordt bestuurd door een Algemene Vergadering, Raad van Bestuur en een College van Directeurs. Op pedagogisch niveau werken de scholen samen in twee scholengemeenschappen, waaronder één voor het secundair onderwijs en één voor het basisonderwijs. De algemene diensten van de scholengroep bieden gespecialiseerde ondersteuning aan alle onderwijsinstellingen.

Het Atheneum Hasselt

25 december 2018

Het atheneum is een kleine ASO-school met lange traditie. De school streeft ernaar om kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden in krachtige leeromgevingen. Het atheneum zet in op maximale talentontwikkeling van elke leerling, gekoppeld aan het verwerven van de sleutelcompetenties voor de 21ste eeuw om leerlingen voor te bereiden op de volgende stap in hun leven. Daarom probeert het atheneum haar leerlingen zo breed mogelijk op te leiden, waarbij maatschappelijke relevantie niet weg te denken in uit het curriculum. Aan de hand van ateliers komen thema’s zoals ondernemingszin, digitale geletterdheid, moderne vreemde talen, burgerschap, techniek en wetenschap,… uitgebreid aan bod.

Het onderwijs steunt op drie pijlers, die gebaseerd zijn op de waarden van het GO! onderwijs (actief burgerschap, participatie, respect en openheid). Deze drie pijlers zijn:

  1. Samen leren (leerbegeleiding)

  2. Samen leven (leefbegeleiding)

  3. Samen kiezen (keuzebegeleiding)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Alle onderwijsactiviteiten van het atheneum staan in het teken van deze drie pijlers en daarom heb ik ervoor gekozen om me hierin te verdiepen. Ik licht achtereenvolgens de drie verschillende pijlers toe, waarbij ik iets meer aandacht besteed aan de pijler leerbegeleiding, omdat  ik aangenaam verrast was over het innovatieve evaluatiesysteem dat wordt toegepast. 

Atheneum pijlers.jpg

Het Atheneum Hasselt

25 december 2018

HET ATHENEUM
 
 

FASE 3: Individueel aangepast curriculum (IAC)

In bepaalde gevallen kan een leerling een individueel aangepast curriculum (IAC) krijgen op basis van een rapport opgemaakt door het CLB. Het atheneum gaat als school zo ver mogelijk mee om de individuele noden van leerlingen te ondersteunen. Dit gebeurt steeds in samenspraak met de ouders en de leerling en de redelijke aanpassingen die mogelijk/noodzakelijk zijn. Gespecialiseerde ondersteuning van externe instanties, zoals het ondersteuningsteam, gonbegeleiding, kine, schrijftolken of schrijfvrijwilliger wordt dan ook ingeschakeld.

 

Vanuit het zorgcontinuüm heeft het atheneum een aantal concrete acties uitgewerkt. Deze werden opgelijst in de beginsituatie-analyse (BSA). De school heeft zichzelf als doel gesteld om de voorzieningen die nog onvoldoende geïmplementeerd zijn in het zorgcontinuüm, dit academiejaar 2018-2019) te finaliseren.

Het atheneum wil als school optimale ontwikkelingskansen creëren voor álle leerlingen.  Leerateliers, differentiatie in de klas, naschoolse studiebegeleiding, individuele begeleiding en flexibele leertrajecten zijn enkele initiatieven die de leerbegeleiding van de school illustreren. Op die manier krijgen leerlingen zicht op hun eigen competenties en kan een vlotte overgang tussen leerjaren of scholen gewaarborgd worden.

Het Atheneum Hasselt

25 december 2018

De cel leerlingbegeleiding speelt een sleutelrol in het ondersteuningsbeleid van de school. De cel behoort tot de eerstelijnszorg binnen de school maar ze kan ook contact leggen met de tweedelijnszorg als er externe hulp vereist is. Zij vormt een brugfunctie tussen de school en het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) of andere externe diensten. Binnen de school werkt de cel nauw samen met leerlingen, ouders, leerkrachten en directie ter preventie en remediëring van studie-, motivatie- en gedragsproblemen.

 

Voor de invulling van het zorgbeleid baseert het atheneum zich op het zorgcontinuüm,  een opeenvolging van vier fasen in de organisatie van dit zorgbeleid:

Zorg.JPG

FASE 0: Brede basiszorg

Het leerkrachtenteam staat in voor de brede basiszorg. De leerkracht zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat opdat leerlingen zich kunnen ontwikkelen in een krachtige leeromgeving. Hierbij houdt de leerkracht rekening met de verschillen tussen de leerlingen (culturele verschillen, verschillen in motivatie, leerstijl, leervermogen en talenten) waarbij hij inzet op differentiatie en remediëring.

Door de kleinschaligheid van het atheneum bouwen de leerlingen gemakkelijk een vertrouwensband op met hun leerkrachten. Hierdoor is de leerkracht vaak een belangrijk aanspreekpunt in geval van problemen. In vele gevallen kunnen leerkrachten via een klasgesprek of een individueel gesprek het welbevinden in de klasgroep herstellen (samen leven). Indien de problemen echter van die aard zijn dat ze door de individuele leerkracht niet meer opgenomen kunnen worden, worden ze doorgegeven aan de cel leerlingbegeleiding.

 

Wat leerbegeleiding betreft, biedt het atheneum in het eerste leerjaar één lesuur per week ‘leren leren’ aan. In dit leeratelier oefenen de leerlingen een aantal studietechnieken in, leren ze een (examen)planning maken en is er ruimte voor remediëring. In het tweede leerjaar wordt deze leerbegeleiding meer geïntegreerd in de vakken.

In de tweede graad wordt opnieuw een lesuur per week studievaardigheden  aangeboden, omdat leerlingen grotere leerstofgehelen moeten verwerven en meer abstract en zelfstandig moeten denken.

In de derde graad wordt binnen elk vak aandacht besteed aan het verwerven van academische vaardigheden. Daarnaast worden de leerlingen voorbereid op de evaluatiemethodes in het hoger onderwijs. Hiervoor richt elke vakleerkracht tweemaal een alternatief examen in in de vorm van een portfolio, paper, meerkeuzevragen met giscorrectie,…

Wat evaluatie betreft, werkt het atheneum met trajectevaluatie en studiebekrachtiging op het einde van de eerste en derde graad.

De school werkt via een modulair systeem waarbij de graad wordt opgedeeld in 6 gelijkwaardige periodes van ongeveer 10 weken. Deze modules  vormen afgesloten gehelen en na de module volgt een evaluatie.

Elke periode is gelijkwaardig in de evaluatiecyclus. In het evaluatiecijfer van elke periode zitten de resultaten van dagelijks werk (DW) en de examenresultaten. Het is de bedoeling dat elke leerling tijdig kan bijgestuurd worden en daarom kunnen bepaalde toetsen of examens herkanst worden. Dit modulair systeem heeft als voordeel dat het flexibel kan inspelen op leerlingenkenmerken en biedt ruimte om te remediëren en verdiepen.

1.png

In de eerste graad kunnen bepaalde toetsen DW herkanst worden. Dit wordt door de leerkracht beslist. De zesde en laatste periode eindigt met de graaddeliberatie.

In de tweede graad kunnen de leerlingen zelf beslissen om een examen te herkansen (max. 1 per periode). Ieder schooljaar eindigt met een delibererende klassenraad

In de derde graad beschikken de leerlingen over 10 credits voor de 6 periodes. Indien zij niet slagen voor een bepaald vak in een periode, kunnen ze een credit opnemen en na het volgen van een remediëringstraject dat vak herkansen. De zesde en laatste periode eindigt met de graaddeliberatie.

Tot slot is in de brede basiszorg ook voorzien dat leerlingen doorheen hun schoolcarrière gegidst worden.

Al vanaf het eerste leerjaar wordt gestart met het traject onderwijsloopbaanbegeleiding (OLB) dat erop gericht is om leerlingen op basis van hun talenten en interesses door te laten stromen naar de juiste studierichting (samen kiezen).

 

Ook ouders zijn belangrijke actoren in het zorgbeleid. Het kennismakingsgesprek bij de inschrijving vormt hierin een belangrijke schakel. Zorgvragen in verband met leer- en gedragsstoornissen, medische, financiële en socio-emotionele problemen worden tijdens dit gesprek in kaart gebracht en worden vervolgens opgevolgd door de cel leerlingbegeleiding. Ouders  worden via het leerlingvolgsysteem persoonlijk op de hoogte gehouden van positieve en negatieve ontwikkelingen van hun zoon of dochter. Op die manier worden ze actief betrokken bij het zorgproces en indien nodig worden ze uitgenodigd voor een gesprek om mee te helpen bij het vinden van oplossingen.

FASE 1: Verhoogde zorg

Sommige leerlingen hebben op een bepaald moment in hun loopbaan nood aan extra ondersteuning. Het atheneum neemt extra maatregelen die ervoor zorgen dat een leerling het gemeenschappelijk curriculum zo lang mogelijk kan blijven volgen en kan blijven aansluiten bij de klasgroep. De school voorziet extra zorg onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen (STICORDI), afgestemd op de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen. Hiervoor werkt de school nauw samen met de ouders en het CLB.

FASE 2: Uitbreiding van zorg

Voor een aantal leerlingen volstaat de verhoogde zorg uit fase 1 niet. In samenspraak met de ouders en het CLB wordt besproken welke aanpak de beste is voor de leerling en wordt een handelingsplan opgesteld. Indien nodig wordt ook contact gelegd met externe instanties zoals logopedisten, revalidatiecentra, Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, bijzondere jeugdzorg, Bednet,... Na de opstart van een begeleidingstraject kan er rechtstreeks contact gelegd worden tussen de leerlingbegeleiding van Het atheneum en de betrokken externe instanties.

De school vindt het welbevinden en de zorg een taak voor alle leden van haar schoolteam en streeft naar een maximale samenwerking tussen alle zorgpartners: CLB,  de directie, de cel leerlingbegeleiding, de leerkrachten, de leerlingen en de ouders.

 

Vaak hebben leerlingen meer begeleiding en ondersteuning nodig dan een individuele leerkracht hen kan geven. Het atheneum heeft daarom een cel leerlingbegeleiding opgezet waarbij er per graad één leerlingenbegeleider is. De drie leerlingenbegeleiders vormen samen de cel leerlingbegeleiding onder leiding van de directeur en adjunct-directeur.

LEERBEGELEIDING
 

Het Atheneum Hasselt

25 december 2018

Een school moet een veilige en geborgen omgeving zijn waar de leerlingen zich goed voelen en zich ten volle kunnen ontplooien. Welbevinden leidt immers tot leermotivatie. Het atheneum zet daarom sterk in op betrokkenheid in het schoolgebeuren zodat leerlingen zich mee verantwoordelijk voelen.  


Het atheneum probeert dit te bereiken door enerzijds leerlingen inspraak te geven (bv. via de leerlingenraad) en anderzijds door activiteiten te organiseren waarbij leerkrachten en leerlingen elkaar beter leren kennen. Zo is er bijvoorbeeld de onthaaldag aan het begin van elk schooljaar om (nieuwe) leerlingen welkom te heten.

Ook in de tweede graad wordt er aan het begin van het schooljaar sterk ingezet op groepsvorming en teamspirit door de organisatie van een klasdag en een sportdag in september.

 

In de keuze en organisatie van onder andere  klasuitstappen en geïntegreerde werkperiodes (GWP) krijgen de leerlingen vanaf de tweede graad meer inspraak waardoor hun betrokkenheid en welbevinden wordt verhoogd.

De leerlingen van de derde graad krijgen meer autonomie en verantwoordelijkheid en beschikken bijvoorbeeld over een eigen ontspanningsruimte die ze zelf inrichten en onderhouden. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor het meter- en peterschap over de eerstejaars.

Ze hebben ook hun eigen praesidium, dat de organisatie van allerhande activiteiten en projecten op zich neemt

Door projecten te organiseren in de verschillende leerjaren, wil het atheneum ook de link leggen met de maatschappij. De school vindt het belangrijk om leerlingen op te voeden tot mondige burgers met een kritische ingesteldheid. Via verschillende projecten leren leerlingen samenleven op een respectvolle en verdraagzame manier en met een open geest.

LEEFBEGELEIDING
 

Het Atheneum Hasselt

25 december 2018

Vanaf het eerste jaar zet het atheneum sterk in op het begeleiden van het studiekeuzeproces. De school begeleidt de leerlingen bij het maken van een weloverwogen en bewuste keuze door exploratie van hun talenten en interesses. Vanaf de eerste graad kunnen leerlingen proeven van ateliers die zich situeren op verschillende studiedomeinen via talentateliers.

Tot slot maken leerlingen in de derde graad ook kennis met verschillende hogescholen en universiteiten en bezoeken ze SID-in beurzen.

 

Kortom, via de ateliers exploreren de leerlingen hun eigen kunnen en interesses en zal de studiekeuze na elke graad een meer bewuste keuze zijn.  

KEUZEBEGELEIDING

In de eerste graad hebben de leerlingen twee à drie uur per week een keuzeatelier. Er wordt ingezet op zes verschillende domeinen: taal en cultuur, STEM, economie en organisatie, maatschappij en welzijn, sport, voeding en horeca.

In de tweede graad wordt er nog meer ingezet op studiekeuzebegeleiding zodat de leerlingen op het einde van het vierde leerjaar de beste keuze kunnen maken.

 

Gedurende drie uur per week kunnen leerlingen een atelier volgen rond 4 studiedomeinen: taal en cultuur (bv. Duits, Spaans, communicatieve vaardigheden Frans), STEM (bv. labovaardigheden, technisch tekenen, uitbreiding ICT vaardigheden), economie en organisatie, maatschappij en welzijn (bv. pedagogie, mediawijsheid, burgerschap).

Daarnaast kunnen leerlingen ervoor kiezen om het vak geschiedenis in het Engels te volgen in het derde en vierde middelbaar. Dit is een vorm van Content and Language Integrated learning (CLIL).

Op het einde van de derde graad staan leerlingen voor een belangrijke keuze in hun onderwijsloopbaan.

 

De keuzeateliers in de derde graad worden opgedeeld in drie categorieën:

  1. voorbereiden op verder studeren (bv. voorbereiding toegangsexamen geneeskunde/tandarts, verdieping wiskunde, academische vaardigheden,…)
     

  2. andere studiedomeinen exploreren (immunologie en homeostase, beeldende kunst, psychologie, literatuur,…)
     

  3. persoonlijke ontwikkeling (drama, ondernemerschap,….)
     

In de plaats van een atelier te volgen op school hebben de leerlingen ook de mogelijkheid om gedurende 10 weken een sociale stage te doen (één namiddag/week) op een zelfgekozen locatie bij een non-profitorganisatie, bv. een kinderdagverblijf, een kleuterschool, een ziekenhuis, een kringloopwinkel, enz…

 

Excellerende leerlingen hebben ook de mogelijkheid om een opleidingsonderdeel van de hogeschool op te nemen.

 

Het Atheneum Hasselt

25 december 2018

Een nieuw jaar staat voor de deur en vaak gaat dit gepaard met goede voornemens en veranderingen. Ook het atheneum wil in 2019 een nieuwe start nemen. Op de ouderraad van 30 november 2018 gaf de directeur van het atheneum, mevrouw Vanessa Oeyen, aan dat de school zich in 2019 zal herprofileren. Het is de bedoeling dat de scholengemeenschap zich op langere termijn zal groeperen in drie campussen, waarbij er één traditionele campus is, één campus voor methodescholen (Dalton, van Veldeke,…) en één ‘expertencampus’ (KTA, sportschool, hotelschool). Het atheneum zal bij de traditionele campus horen en wil terugkeren naar traditioneler onderwijs waar sturend leren (niet zelfsturend leren), kwaliteit en de ‘lat hoog leggen’ hoog op de agenda staan.

In het kader van de herprofilering wordt enerzijds input van de ouderraad gevraagd en anderzijds werd er binnen de school reeds een vliegwielgroep opgericht bestaande uit een team van leerkrachten. Op die manier wil de directie draagvlak creëren en de achterban betrekken bij de herprofileringsoefening.

 

De drie elementen die vooral in vraag worden gesteld zijn:

  1. de graadevaluatie (eindbekrachtiging op het einde van de graad die op dit ogenblik toegepast wordt in de eerste en derde graad);

  2. het modulesysteem (drie examenmomenten per schooljaar);

  3. de ateliers (complementaire gedeelte ingevuld met studiekeuze-oriënterende vakken).

 

De directeur licht toe waarom de school een aantal jaren geleden gekozen heeft voor graadevaluatie. Ten eerste sluit dit aan bij de leerplannen die ook per graad zijn ingedeeld. Daarnaast zijn het eerste en vijfde leerjaar moeilijke jaren voor jongeren en de school is van mening dat een C-attest geven in die jaren demotiverend kan werken voor de leerling. Vandaar dat het atheneum ervoor gekozen heeft om graadevaluatie te voorzien voor de eerste en derde graad. 

De school wil graag weten wat de mening van ouders is betreffende de graadevaluatie. Een aantal ouders geven aan dat ze bewust voor het atheneum hebben gekozen omwille van deze evaluatievorm. Deze ouders zijn van mening dat sommige jongeren meer tijd nodig hebben om te groeien en dat het voor deze leerlingen belangrijk is dat ze voldoende tijd krijgen om zich op alle domeinen te ontwikkelen. Doordat er geen eindbekrachtiging plaatsvindt in het eerste leerjaar, hebben leerlingen de tijd om zich te ontplooien en hebben ze niet het gevoel dat ze meteen een stempel krijgen na het eerste jaar. Dit is positief voor hun zelfvertrouwen.

Andere ouders zijn van mening dat de graadevaluatie hun kinderen lui maakt en dat ze enkel de minimale inspanning leveren omdat ze weten dat er op het einde van het jaar geen deliberatie zal plaatsvinden. Er wordt vooral aangegeven dat dit in de derde graad het geval is.

De meningen over de graadevaluatie zijn dus verdeeld, maar de algemene conclusie is dat de meeste ouders de graadevaluatie als een positief element ervaren in de eerste graad, maar dat het in de derde graad beter afgeschaft kan worden.

 

Een aantal jaren geleden introduceerde het atheneum het modulesysteem. In de derde graad kunnen leerlingen credits inzetten om een vak te herkansen. De school had hiervoor gekozen om leerlingen voor te bereiden op het hoger onderwijs waar zij ook credits kunnen inzetten. De directie is echter van mening dat het systeem te complex is en dat de opdeling in drie modules voor de derde graad aangepast moet worden omdat dit als gevolg heeft dat bepaalde vakken erg weinig leerstof zien per examenperiode, waardoor leerlingen niet leren om grotere gehelen in te studeren. De ouders sluiten zich hierbij aan en geven aan dat het misschien beter is om terug te keren naar twee evaluatiemomenten in de derde graad in plaats van drie. Voor taalonderwijs is iedereen het erover eens dat permanente en alternatieve evaluatie moet behouden blijven in de plaats van traditionele examens.

De directeur geeft aan dat de school op dit moment ook werkt aan een duidelijker feedbacksysteem (procesevaluatie) en meer wil inzetten op zelfevaluatie. Beide initiatieven worden positief onthaald door de ouders. 

 

Wat de ateliers betreft, overweegt de school om in de derde graad één uur atelier op te offeren voor een richtingsversterkend vak (waardoor er 2 uur atelier zou gegeven worden i.p.v. 3 uur). De ouders vinden dat de ateliers een echte meerwaarde bieden voor de jongeren om op een praktische manier te kunnen proeven van verschillende domeinen. Ze zijn van mening dat het belangrijk is dat jongeren zelf kunnen kiezen of ze een verdiepend atelier willen kiezen (bv. richtingsversterkend) of liever iets anders willen proberen. De ouders zijn voorstander om het huidige systeem te behouden. 

Tot slot wordt er samen met de ouders gebrainstormd rond een slogan die de huidige drie pijlers (leerbegeleiding, leefbegeleiding en keuzebegeleiding) mooi verwoorden.

 

Het resultaat van deze brainstorm leidt tot:

 

 

 

 

De drie woorden (eigentijds, gedreven en gedragen) verwijzen naar de drie pijlers. Eigentijds verwijst specifiek naar de ateliers en de graadevaluatie. Gedreven duidt op de ambitie van de school en de kwaliteit die ze wil uitstralen. Gedragen refereert aan de kleinschaligheid en de leerlingenbegeleiding.

In 2019 zal de school een knoop doorhakken over de richting die ze wil uitgaan. Ik ben alvast benieuwd naar het resultaat en kijk ernaar uit om een deel van het 'Leraarschap: ervaren' te kunnen volbrengen in deze school.

VOORUITBLIK

Het Atheneum Hasselt

25 december 2018

OPINIE

Ik heb ervoor gekozen om dieper in te gaan op de drie pijlers (leer-, leef-, en keuzebegeleiding) waar de school op inzet, omdat dit de belangrijkste uitgangspunten en waarden van de school zijn en ik zelf meer te weten wou komen over hoe de school deze in haar dagelijkse werking aan bod laat komen. Dankzij de observaties die ik heb gedaan, begrijp ik nu beter hoe de school ook in de (klas)praktijk inzet op deze drie pijlers.

 

Wat leerbegeleiding betreft, stel ik vast dat de leerkrachten inderdaad een belangrijke rol spelen in het zorgcontinuüm (en met name de brede basiszorg). Ik heb observaties gedaan bij twee verschillende leerkrachten Frans in de derde graad en heb vastgesteld dat zij beiden een veilig en positief klasklimaat creëren waarbij zij oog hebben voor alle leerlingen en de verschillen tussen leerlingen. Tijdens één van mijn observatiemomenten moesten de leerlingen individueel een presentatie geven in het Frans. Ik merkte dat de meeste leerlingen hier heel veel stress voor hadden. De leerkracht stelde de leerlingen echter gerust door aan te geven dat ze een spiekbriefje mochten meenemen, konden gaan zitten voor de presentatie indien ze dat wensten en dat ze altijd een tweede kans zouden krijgen indien ze de eerste vraag van de leerkracht (na afloop van elke presentatie) niet konden beantwoorden.

 

De leerkrachten passen hun lessen ook aan op basis van de klasgroep en de verschillen tussen leerlingen. Dat is me vooral opgevallen tijdens de observatiemomenten in parallelklassen. Zo was het niveau en de motivatie van een bepaalde klasgroep beduidend lager dan het niveau en de motivatie in een andere klasgroep uit hetzelfde jaar. De leerkracht hanteerde hier een andere aanpak waarbij ze de leerlingen continu probeerde aan te moedigen om te participeren (terwijl dit in de andere groep niet nodig was).

 

Tot slot houden de leerkrachten ook rekening met de specifieke noden van hun leerlingen. Tijdens één van mijn observatielessen moesten de leerlingen een toets afleggen. Er was één leerling die aangepaste noden had en extra tijd kreeg om de toets af te leggen. Bovendien mocht hij dat ook in de open leeromgeving doen. Toen de leerling zijn toets kwam afgeven, vroeg de leerkracht of het gelukt was en hoe hij zich voelde. Ik kon uit het gesprek tussen de leerkracht en leerling afleiden dat ze een vertrouwensband hadden met elkaar. Tijdens een ander observatiemoment kregen alle leerlingen een toetst terug van de leerkracht die dan klassikaal werd besproken. De test was voor de meeste leerlingen niet zo goed gegaan en de meeste leerlingen hadden een lage score. De leerkracht leidde hieruit af dat de leerstof door de klas niet goed was begrepen en zette in op remediëring. Bovendien trachtte ze de leerlingen die niet zo goed gescoord hadden gerust te stellen door aan te geven dat er een herkansingtoets zou komen.

 

Dankzij gesprekken met de leerkrachten, leerde ik meer over de manier evalueren voor het vak Frans. Voor dit vak worden op de school geen specifieke examens meer ingericht, maar worden leerlingen geëvalueerd aan de hand van taaltaken die focussen op de verschillende vaardigheden. Zeer af en toe krijgen de leerlingen nog een test (bv. om bepaalde grammatica in te oefenen, omdat het essentieel is dat ze deze kennen alvorens ze deze kunnen toepassen in de taaltaken), maar dit is eerder uitzonderlijk. De leerkrachten hebben duidelijke evaluatiecriteria opgesteld die ze bij elke taaltaak noteren. Op dit moment zijn de evaluatiecriteria voor de ganse graad dezelfde en het is de bedoeling om deze te gebruiken vanaf het eerste jaar, zodat de criteria transparant en identiek zijn vanaf de eerste graad.

Ik was aangenaam verrast om vast te stellen dat de evaluatie op deze manier verloopt, aangezien ik van mening ben dat een taal beter op continue basis kan geëvalueerd worden in plaats van aan de hand van één examen. Bovendien geeft het zwakkere leerlingen ook een betere kans om toch nog een goede score te behalen, omdat ze thuis de taak kunnen maken in alle rust en eventueel ook hulp kunnen inroepen. De zwakkere leerlingen doen het misschien minder goed tijdens een sporadische grammaticatest in de klas, maar kunnen op deze manier toch nog slagen voor het vak. Ik denk dat dit ook een positieve motivatie kan teweeg brengen bij deze leerlingen, omdat ze zich ervan bewust zijn dat de evaluatie geen momentopname is en omdat ze de kans hebben om te groeien doorheen het jaar.

 

Tijdens mijn klasobservaties en gesprekken met leerkrachten, heb ik kunnen vaststellen dat leerlingenbegeleiding niet iets is dat enkel op vraag van leerlingen of door een leerlingenbegeleider wordt aangeboden, maar dat er ook in de klas door leerkrachten op ingezet wordt. Ik was hier aangenaam door verrast, omdat het er tijdens mijn secundaire schoolperiode helemaal niet op deze manier aan toeging. Ik heb daarom uit interesse meer informatie opgevraagd over deze pijler via de cel leerlingenbegeleiding om de visie en werking van de school m.b.t. leerbegeleiding nog beter te kunnen begrijpen.

 

De pijler leefbegeleiding komt eerder aan bod buiten de specifieke klascontext. Ik heb dit vooral kunnen observeren door de inrichting van de school, waarbij de leerlingen tijdens de pauzes overal vrij mogen rondlopen. Dit was niet het geval toen ik zelf in het middelbaar zat. De school heeft ervoor gezorgd dat er heel wat leuke ruimtes zijn (waaronder een pingpongtafel, een ontspanningsruimte voor leerlingen van de derde graad, een openleercentrum). De leerlingen uit de derde graad hebben ook een eigen praesidium dat allerhande activiteiten organiseert (bv. Chrysostomus). Dat dit duidelijk leeft binnen de school, heb ik gemerkt tijdens mijn observatiemomenten waarbij er steeds een aantal leerlingen in de klas de trui van hun praesidium droegen.  

Aan de hand van facebookposts heb ik opgezocht op welke andere manieren de school deze pijler concreet aan bod laat komen. Ik heb hieruit kunnen afleiden dat de school de leerlingen op diverse manier sterker wil betrekken bij het schoolgebeuren, bv. via onthaaldagen, geïntegreerde werkperiodes en specifieke projecten.

Naast de leerlingen, wil de school ook de ouders inspraak geven  en laten participeren aan het schoolgebeuren. Dankzij mijn deelname aan de ouderraad, heb ik kunnen vaststellen op welke manier dit precies gebeurt. Ik merkte onmiddellijk dat er een zeer goede band was tussen de directeur en de aanwezige ouders. De directeur gaf aan dat de school zich in 2019 wou heroriënteren naar een meer traditionele school en bevroeg de mening van de ouders hierover. Tijdens de SWOT analyse die de ouders moesten voorbereiden, ging de directeur even naar buiten omdat ze de discussie niet wou beïnvloeden. Toen de ouders hun bevindingen en meningen deelden met de directie, stelde ik vast dat de communicatie op een heel open manier verliep en dat de school duidelijk wil luisteren naar de inbreng van de ouders. Ik denk dat de directie dit op een zeer goede manier heeft aangepakt, want als ouder zou ik zelf ook graag betrokken worden bij ingrijpende veranderingen binnen de school (zoals een heroriëntering).

 

De pijler keuzebegeleiding is minder aan bod gekomen tijdens mijn klasobservaties. Via mijn job aan de Universiteit Hasselt weet ik dat de school sterk inzet op het begeleiden van haar leerlingen in het studiekeuzeproces, omdat haar leerlingen van de derde graad deelnemen aan Studie-informatiedagen (SID-in) waar de UHasselt aanwezig is, alsook aan de UHasselt proefdagen waarbij leerlingen kunnen ontdekken wat studeren aan een universiteit precies inhoudt.

Ik was echter aangenaam verrast om te leren dat keuzebegeleiding niet enkel in de derde graad aan bod kwam, maar dat er reeds vanaf de eerste graad op ingezet wordt. Bovendien krijgen leerlingen ook echt de kans om zelf een keuze te maken aan de hand van verschillende keuzeateliers. Zo kunnen leerlingen zelf bepalen van welke studiedomeinen ze willen proeven. Voor mij was deze pijler echt een openbaring en ik kan het alleen maar toejuichen dat de school sterk inzet op keuzebegeleiding. Ik ben van mening dat dit tijdens mijn schoolcarrière veel te weinig aan bod is gekomen en ik denk dat het zeer belangrijk is dat leerlingen vanaf de eerste graad beseffen dat hun keuzes consequenties hebben voor hun toekomstige carrière. Bovendien denk ik dat de keuzeateliers leerlingen extra kunnen motiveren omdat ze enerzijds een aantal uren ‘vrij’ kunnen kiezen in hun curriculum en anderzijds op een veel praktischere manier aan de slag kunnen gaan, waardoor de school veel dichter bij de realiteit komt te staan. Ook uit de gesprekken met ouders heb ik kunnen afleiden dat de keuzebegeleiding en meer specifiek de ateliers een belangrijke meerwaarde zijn van deze school.

 

Dankzij de observaties die ik heb kunnen doen en aan de hand van de extra informatie die ik vergaard heb ik het kader van dit schoolportret, heb ik een duidelijker beeld gekregen van de school waar ik een deel van mijn zelfstandige lespraktijk zal doen. Ik kende voordien geen enkele secundaire school in Hasselt en dit was één van de scholen die ik had aangeschreven voor mijn stage en die bereid was om mij deze kans te geven. Het was dus eerder een toevallige keuze, maar ik ben erg blij dat ik deze school beter heb leren kennen.  Ik ben ervan overtuigd dat de school het welbevinden en de kwaliteitsvolle vorming van haar leerlingen hoog in het vaandel draagt en ik ben dan ook verheugd om hier tijdelijk deel van te kunnen uitmaken.